sopraan, alt, tenor, bas

In het maandblad "Onze Taal" van april 2011 wordt de volgende vraag gesteld: "waar komen de woorden sopraan, alt, tenor en bas vandaan?" De uitleg is als volgt: Die woorden gaan terug op Latijnse of ltaliaanse woorden die naar een zekere (zang)hoogte verwijzen. Meerstemmige zang is ontstaan in de Middeleeuwen en was oorspronkelijk voorbehouden aan mannen. De tenor was de basisstem, die de melodie vasthield. Tenor is Latijn voor 'toon, basistoon'; het komt van tenere, "vasthouden'.
Toen het gangbaar werd om een tweede zangstem te gebruiken - wat het begin was van meerstemmige zang - werd die stem aangeduid met het Latijnse woord voor 'hoog', altus - later verkort tot alt. De alt was namelijk hoger dan de tenor en was, tot de sopraan werd toegevoegd, simpelweg 'de hoge stem'.
Nog weer later werd de zang uitgebreid met een lagere stem dan de tenor, waardoor fraaiere akkoorden ontstonden. De aanduiding bas komt van het ltaliaanse basso of het Latijnse bossus, 'laag'.
Ten slotte kwam er een stem bij die boven alle andere uitklonk. Het ltaliaanse woord hiervoor was soprano, een afleiding van sopro ('hoog'), dat is ontstaan uit het Latijnse supro ('boven'). De sopraanstem werd aanvankelijk gezongen door jongens of castraten.
Tegenwoordig zijn de sopraan en de alt meestal vrouwenstemmen. De alt is de lage vrouwenstem, ook al betekent alt van oorsprong dus 'hoog'.

(c) klsvrt