Arvo Pärt

Arvo Pärt (Paide, 11 september 1935) is een Estse componist.

Arvo Pärt volgde een opleiding aan het conservatorium in Tallinn vanaf 1957, waar hij les kreeg in compositie van Heino Eller en waar hij in 1963 ook afstudeerde. Zijn eerste composities, waarin invloeden te horen zijn van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj, dateren uit zijn studietijd. Pärt experimenteerde na zijn studie met diverse compositietechnieken en schreef aanvankelijk vooral seriële muziek.
Later ging hij op zoek naar andere muziek en bestudeerde Gregoriaanse muziek, de opkomst van de polyfonie in de Renaissance. In die tijd trad hij toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. In 1968 componeerde hij het werk Credo, daarna trok hij zich een tijd terug en bestudeerde hij Middeleeuwse muziek.
In 1971 maakte hij zijn rentree met Symfonie nr. 3, waarbij de polyfone structuur kan worden herleid tot de Nederlandse componisten en die elementen van middeleeuwse zowel als van Barokmuziek in zich draagt.
Na deze periode sloeg Pärt een andere weg in. Hij begon muziek te maken die hij zelf tintinnabular noemt, ( uit het Latijn tintinabuli, kleine bellen) muziek die klinkt als het geluid van bellen of klokken.
Estland was vanaf 1944 tot en met 1991 bezet door Rusland. In 1980 verliet Pärt Estland en emigreerde hij naar Wenen. Een jaar later verruilde hij de Oostenrijkse hoofdstad voor West-Berlijn, waar hij momenteel nog steeds woont. Sinds zijn vertrek uit de Sovjet-Unie schrijft Pärt veel religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen.
In 1989 componeerde hij zijn versie van het Magnificat.

(c) klsvrt