Heinrich Schütz

Eveneens in Noord-Duitsland (Köstritz) werd Schütz precies een eeuw voor J.S.Bach geboren, op 8 oktober 1585, uit welgestelde ouders.

Zijn mooie sopraanstem werd in het hotel van zijn grootvader "zum Schützen" door landgraaf Maurits von Hessen opgemerkt.

Deze stuurde de kleine Schütz op zijn kosten naar het Mauritianuminternaat te Kassel, en achteraf naar de universiteit van Marburg om rechten te studeren. Deze landgraag bood hem een studiebeurs aan te bieden om bij Giovanni Gabrieli in Venetië te gaan studeren. 

 

Terug in Kassel wordt hij hoforganist en begint enige bekendheid te verwerven. In 1617 wordt hij hofkapelmeester te Dresden, en blijft er meer dan een halve eeuw. Tussendoor echter maakt hij een tweede Italiaanse studiereis naar Venetië, dit keer om ingewijd te worden in de nieuwe stijl van Monteverdi. Terug in Duitsland komt hij terecht in de ellende van de Dertigjarige Oorlog. 

 

Die beroerde omstandigheden en ook persoonlijke tegenslagen zijn direct medebepalend geweest voor de stijl van Schütz' composities: van de eerste studiereis bracht hij de concerterende stijl van Gabrieli mee, van de tweede de dramatische "seconda prattica"-techniek van Monteverdi. Zijn persoonlijk leed en de oorlogsomstandigheden waren er de oorzaak van dat hij meestal voor een erg sobere bezetting schrijft, ofwel aan de uitvoerders de vrijheid van bezetting overlaat. 

Voor zijn dubbelkorige muziek keek hij de kunst af van zijn leermeester, de Italiaanse componist Giovanni Gabrieli. Deze was concertmeester in de San Marcobasiliek in Venetië. Hij plaatste zijn koren onder verschillende koepels in de grote basiliek en stemde de muziek daar op af.

 

In 1667 ging hij als 82-jarige met pensioen, maar zou gedurende de laatste vijf levensjaren nog belangrijke werken componeren. Belangrijk is Schütz voor de synthese die hij maakte van de polyfonie en de meerkorige vroegbarok, en hij wist dit alles wonder wel aan de Duitse taal aan te passen.

(c) klsvrt