De notennamen do, re, mi, ...

Waar komen de namen van de muzieknoten do, re, mi, fa,so(l), la, ti vandaan?

 

Deze namen danken we aan de monnik en musicus Guido van Arezzo (ca. 992- 1050).

Of althans, hij bedacht de basis

ervan: het rijtje ut- re - mi - fa - sol - la. Deze nootnamen komen uit een in zijn tijd zeer bekende hymne ter ere van

Johannes de Doper; het zijn de beginlettergrepen van de eerste zes regels:

"Ut queant laxis / Resonare fibris / Mira gestorum / Famulituorum / Solve polluti / Labii reatum".
Elke regel begint één toon hoger dan de vorige; de beginlettergrepen vormen achter elkaar gezongen dus een toonladder met zes noten. Met die ladder in gedachten konden zangers makkelijker de juiste toonhoogte vinden, ook ten opzichte van elkaar in een meerstemmig lied.

De zevende noot si is pas later toegevoegd; dit is een afkorting van "sancte loannes", de slotregel van de hymne. ln veel talen is ut vervangen door do, dat beter te zingen is omdat het op een klinker eindigt; deze benaming komt van Dominus ('Heer'). Alternatieve aanduidingen voor sol en si zijn so en ti.

(Uit "Onze taal", november 2013)

(c) klsvrt