Die schöne Mullerin

Die schöne Müllerin (de mooie molenaarster) is een liederencyclus (opus 25, D 795, 1823) van Franz Schubert.

De cyclus bestaan uit 20 getoonzette gedichten van Wilhelm Müller. Met elkaar vormen de gedichten het verhaal van een gezel op de wanderschaft, die op een molen komt te werken en daar verliefd wordt op de dochter van de molenaar. Deze valt echter voor de charmes van de jager. De gezel verdrinkt daarna in de molenbeek. 

 

Vooral het eerste lied is (met name in Duitstalige landen) populair, dat tijdens het wandelen wordt gezongen.

Das Wandern ist des Müllers Lust,

Das Wandern!

Das muß ein schlechter Müller sein,

Dem niemals fiel das Wandern ein,

Das Wandern.

(c) klsvrt